Luizen en virus

Bestaande problemen, nieuwe kennis

In navolging van vorige jaren ligt er op het pootaardappel onderzoeksveld een proef naar luisbestrijding in relatie tot virusoverdracht. Jan Salomons van Delphy is de initiatiefnemer van dit onderzoek en ligt de proef toe. "De luizenbestrijding leunt op de inzet van olie." De oorzaak hiervan ligt in de beperkte beschikbaarheid van insecticiden maar ook in de beperkte mogelijkheden van deze insecticiden. Op alle etiketten staan beperkingen. Beperkingen in de vorm van het aantal keren dat mag worden gespoten en beperkingen bij de inzet tijdens bloei. Daarnaast is de aanwezigheid van het middel in de vorm van MRL een aandachtspunt. In geval van afkeur zonder uitdrukkelijke MRL norm voor consumptieaardappelen, is betreffende partij onverkoopbaar.


Bedekt

Salomons heeft inmiddels de ervaring vanuit zowel het onderzoek als vanuit de advisering dat hoe vaker olie wordt ingezet hoe beter het resultaat is. Het basis idee daarbij is dat blad altijd bedekt moet zijn om te voorkomen dat de luis prikt. Een intensief schema na opkomst als de aardappel snel nieuw blad ontwikkelt is daarbij wenselijk. Hoe intensief dat moet zijn en welk effect dat heeft op de groei is de inzet in het onderzoek. Daarbij is ook de afwisseling van de verschillend oliƫn een onderzoeksonderwerp.

Salomons benadrukt dat de proef wordt uitgevoerd tot het moment van loofdoding. In de praktijk wordt de laatste selectieronde regelmatig als ijkpunt gebruikt voor de laatste luisbehandeling. De populatie opbouw na doodspuiten en oogst van de pootaardappelen is de basis voor de luizendruk in het volgende jaar. Zeker in geval van winters zonder vorst zullen veel luizen de winter overleven. Zo lang als mogelijk is de luizen bestrijden is daarom raadzaam. Op het onderzoeksveld wordt ook onderzoek gedaan met aardappelen die vorig jaar in proeven hebben gelegen om te zien hoe deze zich nu ontwikkelen.